ENGLISH | NEDERLANDS

Lentelezing, 17 maart: Vuursteenmijnbouw bij Rijckholt-St. Geertruid: feiten en interpretaties

De Dubois lentelezing 2019 door dr. Marjorie de Grooth op zondag 17 maart 2019 om 11.00 uur in de kapel van het Ursulinenconvent, Breusterstraat 27 te Eijsden, met als titel: Vuursteenmijnbouw bij Rijckholt-St. Geertruid: feiten en interpretaties.

De entree is 5 €.

Al sinds 1881 zijn in Zuid-Limburg, tussen de plaatsen Rijckholt en Sint Geertruid (gemeente Eijsden-Margraten) sporen van neolithische vuursteenwinning en bewerking onderzocht. Ook Eugène Dubois heeft daarbij een – zij het bescheiden – rol gespeeld.

Lange tijd heeft het onderzoek zich geconcentreerd op de twee meest in het oog springende verschijnselen: het Groot Atelier, een veronderstelde dagbouw-groeve van ca. 2000 m², die naderhand met een ca. 1,5 m dik pakket productieafval opgevuld was geraakt, en de wanden van een diep ingesneden droogdal, de Schoone Grub, van waaruit korte horizontale mijngangetjes in de mergelkalk waren gedreven.

Pas bij een onderzoek door het Groninger Biologisch-Archeologisch Instituut onder leiding van Waterbolk in 1964 werd aangetoond dat er ook verticale mijnschachten aanwezig waren. Het bleek echter onmogelijk om de tot 12 m diepe schachten met de normale archeologische opgravingsmethoden, ‘van bovenaf’, te onderzoeken. Een oplossing werd geboden door een groep amateur archeologen met een professionele mijnbouwkundige achtergrond.

Voorzien van een officiële concessie voor het ‘opnieuw in gebruik nemen van een prehistorische vuursteenmijn’ dreven de leden van de Werkgroep Prehistorische Vuursteenmijnbouw vanuit het Groot Atelier een meer dan 150 m lange tunnel de mergelkalk in, op het niveau waar men op grond van het onderzoek van Giffen prehistorische mijngangetjes vermoedde. In deze ca. 3000 m² grote ondergrondse opgraving werden 73 schachten met bijbehorende mijngangen onderzocht.

In het eerste deel van de lezing zullen de resultaten van dit nog steeds toonaangevende onderzoek worden samengevat. Daarna gaat over de manieren waarop het verschijnsel neolithische vuursteenmijnbouw kan worden geïnterpreteerd. Ook is er aandacht voor verspreidingsmechanismen van vuursteen over grote afstanden en over de verschillende vuursteensoorten uit de regio.

Dr. Marjorie E.Th. de Grooth heeft prehistorie gestudeerd in Leiden en was conservator archeologie bij het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Als specialist voor neolithische vuursteenexploitatie was ze betrokken bij uitwerking en wetenschappelijke publicatie van de opgravingen in Rijckholt-St. Geertruid van de Werkgroep Prehistorische Vuursteenmijnbouw.

Een galerij van een vuursteenmijn te Rijckholt-St. Geertruid.